Terugkeer van veeleisende plant van groot belang voor Waddenzee
In de westenlijke Waddenzee kwamen tot 1932 uitgestrekte velden met zeegras voor. Tussen de deinende groene stengels vonden allerlei dieren als krabben, garnalen en zeepissebedden een veilige schuilplaats. Zelfs het magische zeepaardje kwam er voor. Smienten, rotganzen, zwanen en meerkoeten begraasden de velden. Voor jonge vissen was het heldere water van de zeegrasvelden een fijne plek om op te groeien, zonder gevaar van grote rovers. Vandaag de dag zijn zeegrasvelden erg zeldzaam. Van de 15.000 hectare in het begin van de 20ste eeuw, is nog maar zo'n 150 hectare over (o.a. aan de randen van het Balgzand). De combinatie van een allesverwoestende schimmelziekte, de afsluiting van de Zuiderzee en een vertroebeling van het water in de Waddenzee heeft dit bijzondere plantje de das om gedaan. Natuurbeschermers laten het er niet bij zitten. Met veel enthousiasme worden nieuwe zeegrasvelden aangelegd. Maar de successen zijn wisselend. Zeegras stelt namelijk hele hoge eisen aan de leefomgeving. Alleen als er een perfecte balans is tussen waterdynamiek, zoutgehalte en de hoeveelheid licht, kan het plantje zich handhaven. En weer voorzichtig bouwen aan een toekomst.
Meer informatie over zeegras op de website van Rijkswaterstaat

