Biobouwers met de allure van een koraalrif
Oester- en mosselbanken vervullen een belangrijke rol in de Waddenzee. Ze bieden beschutting voor allerlei dieren, die anders geen kans hebben op de akelig lege zandplaten. Alikruiken, strandkrabben en keverslakken zijn algemene soorten. Net als wulken, zeesterren en gewone zeeapels. Op de dikke schelpen van de oesters vinden we zeepokken, broodsponzen, kokerwormen en andere schelpdieren. Ook vissen voelen zich veilig bij de banken. Naast deze functie als 'koraalriffen van de lage landen', hebben de banken nog andere voordelen. Zo zorgt het eetafval van mosselen (een slijmerig slik) voor een rijkere zeebodem. En vangen de riffen slib op, waarmee ze natuurlijke dijken vormen. Voor wadvogels als eidereend, scholekster, kanoet en zilvermeeuw zijn de oester- en mosselbanken een onmisbare voedselbron. Je zou verwachten dat we zorgvuldig omspringen met deze natuurlijke schatten. Maar niets is minder waar. Vissers hebben in de jaren 90 vrijwel alle banken opgevist. Met veel geduld proberen natuurbeschermers het tij te keren. De aangescherpte wetgeving en de opkomst van de Japanse oester zijn een welkome steun in de rug. Maar vooruitgang komt niet vanzelf. Elke gewonnen meter is er eentje om te koesteren. Voor altijd!
Natuurbeschermers helpen met de aanleg van nieuwe mosselbanken - bekijk de video "
