Waterwegen voeden kloppend hart van Waddenzee
Als je de Waddenzee als een groot levend organisme beschouwt, dan zijn de geulen en prielen de 'aderen' die de afzonderlijke lichaamsdelen continu van vers bloed voorzien. Dankzij dit uitgekiende stelsel van waterwegen vinden water, sediment, organisch materiaal, larven en voedingsstoffen hun weg naar de wad- en zandplaten. Het verschil tussen een geul en priel is eenvoudig. Prielen zijn de afvoerkanalen voor het zeewater als de platen droogvallen bij eb, net zolang totdat ze zelf ook droogvallen. Ze zijn ontstaan door de schurende werking van het afstromende water, verleggen telkens hun loop en hebben een meanderend karakter. Geulen daarentegen vallen nooit droog. Deze diepere eb- en vloedstromen staan in verbinding met de zeegaten en vormen tijdens laagwater een veilige thuishaven voor zeezoogdieren, garnalen en allerlei vissen als de grondel, driedoornige stekelbaars, schol, bot en vijfdradige meun. Zelfs schepen hebben de geulen dringend nodig om vooruit te kunnen komen. Deze afhankelijkheid van de grillen van de zee maakt ons bijna net zo kwetsbaar als elk ander dier in deze uitgestrekte wildernis. En terecht.

