Kustrivier helpt vissen en vogels op weg
De overgang tussen de open zee en de kust van Noord-Holland wordt gevormd door de Noordzeekustzone. Dit is het domein van de 'kustrivier'; een zoute waterweg die voedselrijker, warmer en zoeter is dan de diepere delen van de Noordzee. Door de stroming wordt de kustrivier langzaam langs onze kust omhoog gestuwd, om uiteindelijk boven de Waddeneilanden naar het oosten af te drijven. In deze ondiepe kustwateren (tot zo'n 20 meter diep) wemelt het van het leven, vooral in de troggen tussen de zandbanken. Daar proberen allerlei weekdieren, borstelwormen en platvissen hun plaats in de zanderige bodem te veroveren. Soms leidt dat tot uitgestrekte schelpenbanken en kokerwormvelden, waar zeenaaktslakken eindeloos ronddolen. Doordat er relatief weinig grote roofvissen voorkomen, is de kustzone een ideale kraamkamer voor allerlei vissen. Maar niet elke vis vertrekt als hij groot is; soorten als zeedonderpad, zandspiering en bot blijven altijd dichtbij land. Met zoveel vis en bodemleven is het geen wonder dat vogels dol zijn op onze wateren. Of ze nu moeten opvetten voor de vogeltrek of hun jongen moeten voeden; de zee is een onmisbare schakel in hun dagelijkse bestaan.
